Zorgbegeleiding

ZORGBELEID

Kinderen met uiteenlopende noden (zowel op cognitief als op sociaal/emotioneel vlak) dienen binnen de school zo goed mogelijk opgevangen en opgevolgd te worden. Hetzorgbeleid op school is daarom van zeer groot belang!

Hoe verloopt de zorg concreet op school?

We streven binnen ons zorgbeleid naar begeleiding op maat voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften.

Het zorgcontinuüm inspireerde ons bij de uitbouw van ons zorgbeleid.

FASE 0: BREDE BASISZORG

Goede zorg start met goed onderwijs in de klas waarbij aandacht is voor de totale ontwikkeling van alle leerlingen. In het begin van het schooljaar starten we met een overgangsbespreking van alle leerlingen om een globaal beeld te krijgen van ieder kind.

De spilfiguur in het zorgbeleid is dan ook de klasleerkracht.

Hij/zij zorgt voor een krachtige leeromgeving waarbinnen alle kinderen de nodige aandacht krijgen en zich volgens eigen mogelijkheden kunnen ontwikkelen.

Preventie van problemen is een essentieel onderdeel van de basiszorg.

Problemen worden zoveel mogelijk voorkomen. Dat doen we op school o.a. door:

 Het bieden van verlengde instructie in kleine groep door de klasleerkracht. Dit gebeurt op het moment dat de andere leerlingen zelfstandig met de verwerking van de leerstof bezig zijn.

 Aandacht te schenken aan leren leren en studiebegeleiding op te starten wanneer dat nodig blijkt.

 Voldoende uitdagende oefeningen aan te bieden aan leerlingen met een leervoorsprong.

 Aandacht te schenken aan het ontwikkelen van sociale vaardigheden (werken met de Axenroos – dier van de maand ).

Aandacht te schenken aan de meervoudige intelligentie van de leerlingen: maandelijks een talent in de kijker te zetten.

 Kleuters te stimuleren in hun algemene ontwikkeling en activiteiten aan te bieden binnen verschillende ontwikkelingsdomeinen.

Niet alle problemen kunnen voorkomen worden en daarom vormt het systematisch opvolgen van alle leerlingen en het tijdig signaleren van problemen een zeer belangrijke pijler in deze preventieve basiszorg.

De systematische opvolging van de kinderen gebeurt via het kindvolgsysteem / leerlingvolgsysteem en via de klassenraden.

  Kindvolgsysteem:

De totale ontwikkeling van de kleuters wordt opgevolgd via observaties, klasscreenings en kleutertoetsen (tweede en derde kleuterklas).

Er gaat specifieke aandacht naar het welbevinden, de betrokkenheid en de ontwikkeling van competenties.

 Leerlingvolgsysteem:

Een leerlingvolgsysteem is een systeem waarbij de ontwikkeling van alle kinderen regelmatig gedurende de ganse schoolloopbaan in kaart wordt gebracht aan de hand van gestandaardiseerde toetsen voor spelling, wiskunde en lezen.

De toetsen voor spelling en wiskunde worden op onze school twee maal per jaar in alle klassen afgenomen door de klas- of zorgleerkracht. Dit gebeurt in de periode van 15-30 september en van 1-15 februari.

De leestoetsen worden in het begin van het schooljaar afgenomen in het tweede en het derde leerjaar. En in het midden van het schooljaar in het eerste, tweede en derde leerjaar. De afname van de leestoetsen gebeurt door de zorgcoördinator.

Als alle toetsen afgenomen en verbeterd zijn, worden de resultaten via een computerprogramma omgezet in zones van A tot E.

Kinderen die een score hebben binnen de zone A-C, scoren zeer goed tot voldoende. Als een kind een score in de D-zone heeft, wil dat zeggen dat het onder het gemiddelde scoort. Een score in de E-zone duidt op een zwak tot zeer zwak resultaat.

Binnen het leerlingvolgsysteem horen ook de AVI-toetsen (leestoetsen waarmee het leesniveau bepaald kan worden) die twee tot drie keer per schooljaar afgenomen worden namelijk in november, maart en juni.

Klassenraad:

In de kleuterschool worden de klassenraden twee keer per jaar georganiseerd en dit in de eerste en derde trimester.

In de lagere school worden de klassenraden drie keer per jaar georganiseerd in oktober, februari, net na de afname van de toetsen van het leerlingvolgsysteem en in juni.

Er wordt een speciale klassenraad voorzien voor de leerlingen van het zesde leerjaar. Hierop wordt de toekenning van de getuigschriften en eventuele attesten besproken.

Deze klassenraad is als volgt samengesteld : leerkrachten van de derde graad, zorgcoördinator, directeur en soms ook CLB-medewerker.

Op de klassenraad wordt de ontwikkeling van alle kinderen zo breed mogelijk bekeken (Cognitief functioneren en communicatie, Leerontwikkeling, Lichamelijk functioneren, Sociaal-emotioneel functioneren, Werkhouding en taakgedrag). Dit gebeurt a.d.h.v. de klasspiegel.

Indien er vanuit klasscreenings, toetsen, observaties,…problemen door de leerkracht gesignaleerd zijn, worden die tijdens de klassenraad besproken met het zorgteam.

Er wordt samen met de leerkracht gezocht naar tijdige en gepaste ondersteuning om opstapeling van problemen te voorkomen.

De gekozen acties/interventies kunnen divers zijn en worden in deze fase uitgevoerd door de leerkracht die ondersteund wordt door het zorgteam.

Binnen de gekozen acties zal differentiatie een belangrijke rol spelen. De leerkracht gaat flexibel inspelen op de verschillen in onderwijsbehoeften bij leerlingen. Dit gebeurt o.a. via contractwerk, hoekenwerk,…

Reeds in deze fase van brede basiszorg worden alle maatregelen transparant met de ouders besproken.

Om een kwaliteitsvolle basiszorg te garanderen, worden de leerkrachten in hun taak ondersteund door het zorgteam. Ons zorgteam bestaat uit de zorgcoördinator, de directie en het CLB.

Het zorgteam ondersteunt zowel de leerkrachten als de leerlingen.

Dit team komt tijdens de even weken van de maand samen en bewaakt en coördineert het beleid.

Brede basiszorg is een taak van heel het team. Daarom is het belangrijk om op regelmatige basis met heel het team te reflecteren op het zorgbeleid. Dat gebeurt voornamelijk tijdens personeelsvergaderingen. Het zorgteam stuurt dit overleg en de onderwerpen zijn divers (opbouw leerlingendossiers, ontwerpen klasspiegel, foutenanalyse bij LVS-toetsen, vormgeving klassenraden en MDO’s,…).

Tot slot zijn begeleiding en nascholing belangrijk om kwaliteitsvolle zorg te garanderen.

Voor begeleiding kunnen we rekenen op ondersteuning vanuit de pedagogische begeleidingsdienst en het CLB.

Het nascholingsaanbod wordt afgestemd op de ondersteuningsbehoeften van de leerkrachten en de opgedane kennis wordt met het hele team gedeeld op personeelsvergaderingen.

De zorgcoördinator maakt verder deel uit van de werkgroep ZOCOMA. Deze werkgroep bestaat uit een tiental zorgcoördinatoren uit omliggende scholen. Één keer per maand komt deze werkgroep samen om kennis, materialen,…uit te wisselen ter ondersteuning van de leerkrachten en de leerlingen.

 

FASE 1: VERHOOGDE ZORG

Wanneer de maatregelen uit de fase van de preventieve basiszorg niet (meer) of slechts gedeeltelijk aan de onderwijsbehoeften van de leerling tegemoet komen, wordt er overgestapt naar de fase van verhoogde zorg.

De leerkracht blijft de eindverantwoordelijkheid dragen en signaleert de moeilijkheden aan de zorgcoördinator of één van de leden van het zorgteam. Dit gebeurt tijdens een zorgoverleg, klassenraad of multidisciplinair overleg (MDO).

Ook ouders en leerlingen kunnen steeds hun ongerustheid en vragen aan het zorgteam melden.

Het zorgteam zal dan in overleg met de leerkracht, ouders, leerling,… zoveel mogelijk informatie verzamelen en nagaan wat de specifieke onderwijsbehoeften van de leerling zijn. Er wordt breed gekeken en er gaat ook voldoende aandacht naar de positieve aspecten en sterke kanten van de leerling.

Op basis van de verzamelde informatie zal op zoek gegaan worden naar een gerichte aanpak of interventie op maat van het kind die gerealiseerd kan worden binnen de reguliere werking van de school.

De uitvoering van de interventies gebeurt klasintern of klasextern. De zorgcoördinator ondersteunt de leerkracht en voert bepaalde interventies individueel of met een kleine groep leerlingen uit.

Deze interventies worden op regelmatige tijdstippen (zorgoverleg, klassenraad, MDO, oudercontact) geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd.

We streven ernaar dat de kinderen terug zoveel mogelijk succeservaringen krijgen en de aansluiting met de klasgroep niet kwijtraken.

Indien nodig zal het CLB betrokken worden.

Van alle overlegmomenten (klassenraad, MDO, oudercontact,…) zal door de zorgcoördinator een verslag gemaakt worden dat toegevoegd wordt aan het leerlingendossier. In het leerlingendossier zitten verder ook observaties, toetsen van het leerlingvolgsysteem,… Het leerlingendossier is noodzakelijk om continuïteit in de zorg van een leerling te waarborgen.

De ouders zullen in deze fase steeds betrokken en geïnformeerd worden.

Als schoolteam hebben we ervoor gekozen om ouders zo snel mogelijk te informeren over moeilijkheden die op school gesignaleerd worden.

 

FASE 2: UITBREIDING VAN ZORG

Wanneer de verhoogde zorg niet volstaat en wanneer het schoolteam, de ouders en/of de leerling voelen dat de inspanningen geen of onvoldoende resultaat opleveren, is er uitbreiding van zorg nodig.

In deze fase wordt het CLB-team betrokken voor een grondige individuele probleemanalyse.

Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de school, ouders, leerkracht, leerling, externe hulpverleners,…

Via een intakegesprek, observaties, bijkomende onderzoeken (IQ-test, onderzoek naar leerstoornissen, vragenlijsten,…) wordt er nagegaan wat de specifieke moeilijkheden en wat de sterke kanten zijn. Er wordt breed gekeken en het welbevinden van de leerling blijft een belangrijk aandachtspunt.

Er wordt gezocht wat de onderwijsbehoeften van de leerling zijn en wat de ondersteuningsbehoeften van de ouders en leerkrachten zijn.

Op basis daarvan wordt er bekeken welke veranderingen wenselijk en haalbaar zijn (remediëren/dispenseren/compenseren/…).

Er wordt tot een akkoord gekomen over de interventies en er worden concrete afspraken gemaakt die op geregelde tijdstippen geëvalueerd worden op een oudercontact.

Ook in deze fase noteert de zorgcoördinator zorgvuldig welke stappen er genomen worden. De informatie van de school, het CLB, de ouders,… wordt toegevoegd aan het leerlingendossier.

De leerkracht en het zorgteam werken samen en spreken af wie welke taken op zich neemt.

De zorgcoördinator bewaakt het verloop.

Als blijkt dat externe hulp aangewezen is, wordt er gestreefd naar een zo goed mogelijke samenwerking met en afstemming op de externe hulpverlener.

De zorgcoördinator zorgt in overleg met de leerkracht voor een verwijsbrief. Er wordt dan ook bepaald op welke manier het contact met de hulpverlener kan verlopen (heen-en-weer-schriftje, e-mail, telefonisch,…).

 

FASE 3: OVERSTAP NAAR EEN SCHOOL OP MAAT

Als het zorgaanbod van de school nog steeds onvoldoende afgestemd is op de onderwijsbehoeften van de leerling, of wanneer de school onvoldoende draagvlak heeft om adequaat in te gaan op de zorgvraag, kan een overstap naar een school op maat, met een meer specifiek aanbod een zinvol alternatief zijn.

 

WIE AAN TE SPREKEN IN GEVAL VAN PROBLEMEN?

De klasleerkracht is en blijft het eerste aanspreekpunt voor ouders wanneer er zorgvragen zijn. Daarnaast zijn de zorgcoördinator (Mariet Schroyen) en de directie (Marijke Van Berckelaer) aanspreekpunten voor ouders. Zij zijn de schakel tussen ouders, leerkrachten, CLB, externen,…

De zorgcoördinator is op elke voormiddag aanwezig in het zorglokaal.

Telefonisch of via e-mail kan op voorhand een afspraak gemaakt worden.

School                                                                      Zorgcoördinator

Tel.: 089/ 86 74 36                                                 Tel.:0496/77 73 77
Tel.: 0478/25 48 24

Email: oogappel@kbaoneeroeteren.be            Email: mariet.schroyen@kbaoneeroeteren.be