Medicatiebeleid en eerste hulp bij ongeval en ziekte

Het is onvermijdelijk dat de school te maken krijgt met een kleuter of leerling die een ongelukje heeft of op school ziek wordt. De school probeert in elke situatie correct en efficiënt te handelen. Daarbij wordt een evenwicht gezocht tussen twee uitersten:

- enerzijds is de school wettelijk verplicht iemand die door een ongeval of ziekte wordt getroffen, zo spoedig mogelijk de eerste hulp te verstrekken;

- anderzijds mogen personeelsleden van de school geen medische of verpleegkundige handelingen stellen. Die handelingen zijn strikt voorbehouden aan artsen of verpleegkundigen. 

1. Medicatie

Op school worden geen medicijnen verstrekt. Toedienen van medicijnen valt niet onder eerste hulp. Dat is voorbehouden aan artsen en andere medische beroepen. Andere personen die medicijnen geven, zijn wettelijk strafbaar.

Medicijnen worden zoveel mogelijk thuis ingenomen. Als de behandelende arts van het kind het nodig vindt dat er toch medicijnen op school moeten gegeven worden, dan gebeurt dit enkel met een medicijnattest. Dit attest wordt door de dokter ingevuld (naam medicijn, vorm, dosis, frequentie, tijdstip, duur, hoe bewaren en welke voorzorgen) en ondertekend door zowel de dokter als de ouders. Dit medicijnattest wordt met de medicijnen zelf aan de klastitularis afgegeven. Deze bespreekt met de directie wie toezicht houdt op het nemen van het geneesmiddel. Het medicijnattest wordt door de directeur en het toezichthoudend personeelslid ondertekend.

2. Eerste hulp bij ongeval

Omdat iedereen verplicht is hulp te verlenen aan een persoon in nood, organiseert het schoolbestuur voor het hele personeel elk jaar een E.H.B.O.-cursus. Daardoor is elk personeelslid in staat om het geheel van noodzakelijke handelingen te verrichten die de gevolgen van een ongeval beperken en ervoor zorgen dat de letsels niet erger worden, in afwachting van gespecialiseerde hulp waar dit nodig is.

Doet zich een ongeval met lichamelijk letsel voor, dan verstrekt het personeelslid dat hiervan als eerste kennis heeft, onmiddellijk hulp naargelang de ernst, hetzij door zelf eerste hulp toe te dienen, hetzij door de huisarts van betrokkene te verwittigen, hetzij door meteen de nooddiensten te bellen. Is de huisarts niet bereikbaar dan wordt een andere arts gecontacteerd. 

De ouders worden door de klastitularis op de hoogte gebracht, ook van interventies die niet tot een onderbreking in het volgen van de lessen hebben geleid.

3. Hoe omgaan met ziekte

Zieke kinderen horen niet thuis op school.

Wordt een kleuter of leerling ziek op school, dan geeft de school geen medicijnen. De ouders worden gevraagd om hun kind op te halen. Zijn de ouders niet beschikbaar, dan wordt dit gevraagd aan de contactpersoon die bij het begin van het schooljaar door de ouders is opgegeven.

Is de situatie zo ernstig dan wordt alvast contact genomen met de huisarts en worden de ouders (of desnoods de door de ouders opgegeven contactpersoon) verwittigd. Is de huisarts niet bereikbaar, dan wordt een andere arts gecontacteerd. De arts bepaalt de verder te ondernemen stappen.

In nog dringender gevallen worden meteen de nooddiensten gebeld. De ouders (of desnoods de door de ouders opgegeven contactpersoon) worden verwittigd. De nooddiensten bepalen de verder te ondernemen stappen.