Leefregels leerlingen

1.   Algemeen

    Ik:

  • heb respect en begrip voor anderen;
  • heb eerbied voor de natuur;
  • durf mijn eigen mening te uiten;
  • heb orde en ben steeds beleefd;
  • gebruik een correcte en gepaste taal;
  • heb een deftig voorkomen;
  • voorzie mijn persoonlijke spullen van mijn naam;
  • volg de richtlijnen van de directeur, de leerkrachten en andere medewerkers;
  • houd me aan de aangeduide speelruimte;
  • snoep niet op school;
  • drink gezonde, geen suikerhoudende dranken zonder prik in een herbruikbaar flesje;
  • eet een gezonde versnapering zonder chocolade;
  • doe mee aan de fruit- en waterdag;
  • draag steeds mijn fluovestje voor mijn eigen veiligheid.

 

2.   Kleding en voorkomen

  • Ik verzorg mijn kleding en uiterlijk: geen te korte T-shirts en bloesjes met schouders bedekt.
  • Ik doe niet mee aan rages in kleding, tatoes en piercings.
  • Ik draag geen pet of hoofddoek in de klas, in de turnzaal of de eetzaal.
  • Tijdens de turnlessen draag ik de verplichte turnkledij: T-shirt van de school, een blauw turnbroekje en turnpantoffels met lichte zolen. Ik laat mijn turngerief regelmatig wassen: voor elke vakantie en na een sportactiviteit.
  • Tijdens de zwemles zorg ik voor een zwembroek (geen zwemshort) of badpak en twee handdoeken.

 

3.   Aankomst op school

  • Ik ben ten vroegste om vijf voor halfnegen aan de school.
  • Ik stap aan de groene poort van mijn fiets.
  • Ik zeg vriendelijk goedemorgen!
  • Mijn fiets plaats ik met het voorwiel in het rek op de afgesproken plaats en ik verlaat onmiddellijk de fietsenstalling.
  • De fiets van een ander kind zal ik nooit vernielen want ik heb ook niet graag dat ze mijn fiets vernielen.
  • Ik plaats mijn boekentas netjes per klas onder de vensterbanken op de afgesproken plaats.
  • Bij regenweer zet ik de boekentas ordelijk in de gang.
  • Als mijn ouders mij brengen, zetten ze mij aan de groene schoolpoort af. Ik kan best alleen verder en draag zelf mijn boekentas.
  • Ik loop nooit terug naar de poort.
  • Ik ga nooit voorbij de houten poort.

 

4.   In de rij

  • Bij de eerste bel stop ik mijn spel en ga naar mijn vast plaats in de rij.
  • Bij de tweede bel ben ik stil en vorm samen met mijn klasgenoten een mooie rij.
  • Ik ga rustig naar binnen. Ik duw en loop niet.
  • Ik hang mijn jas met de lus aan mijn kapstok.
  • We vormen in de gang een mooie rij en op teken van de leerkracht gaan we de klas in.

 

5.   In de klas

  • Ik zorg voor een goede sfeer en leeromgeving door:
    • naar elkaar te luisteren;
    • respect te hebben voor de mening van anderen;
    • anderen te aanvaarden in hun anders zijn;
    • mij te houden aan de klasafspraken.
  • Ik mag enkel naar het toilet in dringende gevallen.

 

6.   Op de speelplaats

  • Ik ga onder begeleiding van de leerkracht naar buiten.
  • Ik houd de speelplaats netjes door afval in de voorziene vuilbak te gooien.
  • Ik wil vriend zijn van alle kinderen en daarom pest en vecht ik niet, doe niemand pijn, zeg geen kwetsende woorden en doe geen schunnige gebaren.
  • Problemen los ik niet op met slaan, maar met rustig praten. Krijg ik het probleem niet opgelost, dan ga ik naar de leerkracht met toezicht.
  • Ik hinder de andere kinderen niet tijdens hun spel.
  • Ik speel alleen met een lichte, geen lederen bal.
  • Ik voetbal enkel op het voetbalplein.
  • Ik houd mij bij ieder spel aan de spelregels.
  • Ik speel elk spel op de aangegeven plaats.
  • Ik laat het zand in de zandbak.
  • Als het rode teken zichtbaar is, speel ik niet in de zandbak.
  • Bij slecht weer, als de leerkracht het aangeeft, speel ik onder het afdak.Ik ben daar voorzichtig, loop en duw niet. Er wordt zeker niet met de bal gespeeld.
  • Ik gebruik geen paraplu (te gevaarlijk).
  • Ik ga enkel met toestemming van de leerkracht naar binnen.

 

7.   Het toiletgebruik

  • Ik ga in het begin van de speeltijd of middagpauze naar het toilet.
  • Het toilet is zeker geen speelplaats, dus speel ik er niet.
  • Ik gooi geen afval in het toilet.
  • Ik knoei niet met toiletpapier en spoel na ieder gebruik het toilet door.
  • Na elk toiletgebruik was ik mijn handen en droog ze af met papier.
  • Het gebruikte papier gooi ik in de papierbak.

 

8.   Middagpauze

  • De leerlingen van het eerste leerjaar die blijven eten, spelen onder het grote afdak tot alle rijen weg zijn.
  • Ik kom ten vroegste om halfeen naar school.

 

9.   In de eetzaal

  • Ik stel me op de aangegeven plaats in stilte op per klas en ga dan naar binnen.
  • Ik hang mijn jas op de stoel.
  • De brooddoos blijft dicht tot na het gebed.
  • Ik gebruik geen aluminiumfolie.
  • Ik doe mijn drankjeton niet bij mijn boterhammen.
  • Ik steek mijn vinger op als ik iets wil vragen.
  • Ik loop niet rond.
  • Ik praat rustig tijdens het eten.
  • Ik blijf beleefd.
  • Ik gooi mijn afval in het bakje.
  • De tafels blijven netjes.
  • Ik plaats mijn stoel netjes onder de tafel.
  • Ik ga rustig naar buiten.
  • De verantwoordelijke plaatst de boxen in de gang en brengt de speelbox mee naar buiten.

 

10.  Rijen naar huis

  • Ik verlaat vlot de klas en ga naar de afgesproken plaats.
  • Als fietser blijf ik niet dralen aan de fietsenstalling.
  • Ik stel mij op in de juiste rij en vertrek onder begeleiding van de leerkracht:
    • Fietsers van de Molenweg richting Tip staan op het voetbalveld van de kleuters rechts.
      Ik ga over de klinkers en stap tot aan de straat. Pas aan de weg stap ik op mijn fiets.
    • Fietsers van de Molenweg richting kerk en Tismansweg staan op het voetbalveld van de kleuters links.
      Ik ga met de fiets aan de hand tot op het kruispunt.
    • Alle andere fietsers staan naast de grote zandbak;
      Wie aan de T-splitsing naar rechts moet, staat rechts.
      Wie aan de T-splisting naar links moet, staat links.
      Ik ga met de fiets aan de hand onder begeleiding tot aan de T-splitsing.
    • Als voetganger ga ik zonder dralen in de juiste rij staan aan het grote afdak.
      Bij regenweer stellen we ons op onder het afdak.
      • Ik verlaat de school op teken van de leerkracht.
      • Men komt mij halen aan de schoolpoort. Ik steek niet alleen de weg over.
      • Word ik niet afgehaald, dan brengt de leerkracht mij naar de naschoolse opvang.

 

11.  Besluit

Beste jongens en meisjes,

We hebben heel wat afspraken gemaakt.
Die afspraken moeten ervoor zorgen dat het leven op onze school aangenaam en vlot verloopt.
Met een beetje inspanning en wat goede wil gaat dat vanzelf.
Dat zul je wel merken, want de meeste afspraken kom je nu al na.
Hier en daar moet er misschien wat bijgestuurd worden.

Draag je steentje steeds bij!